Een jaar geleden ging ik al vroeg richting de dagbehandeling van het Isla ziekenhuis. Ik vond het ontzettend spannend, al ging het vanaf het moment dat ik aan de beurt was eigenlijk vrij snel. Het plaatsen van het infuus verliep niet helemaal soepel, maar met behulp van het echoapparaat en de “superman infuusplaatser” lukte het uiteindelijk toch. Er waren nog wat vragende gezichten; de apparaten piepten continu vanwege mijn hoge bloeddruk en lage hartslag. Nadat ik aangaf dat dit voor mij normaal is, waren ze gerustgesteld.
Daarna ging het ineens heel snel. De chirurg kwam nog even langs om het een en ander af te tekenen en voor ik het wist, was ik in dromenland. Helaas werd ik naar wakker uit de narcose. Ik was intens verdrietig en kon alleen maar huilen en herhalen hoe verdrietig ik was. Gelukkig mocht ik snel van de uitslaapkamer af en kreeg ik een kamer voor mezelf, ver weg van de rest. Poeh… er zijn dus echt mensen die meedenken en rekening houden met mijn hersenletsel.
Nu, een jaar later, kijk ik terug op het jaar dat achter mij ligt. Eind januari kon ik het ziekenhuistraject afsluiten. Ik ging naar huis met antihormoontherapie voor de komende vijf jaar. En ja, daar zit je dan opeens. Geen afspraken meer, geen wachttijden, geen telefoontjes. En wat mij misschien wel het meest is bijgebleven: geen bloemen meer, geen kaartjes, geen aandacht meer voor mij met borstkanker. In de maanden na mijn laatste bestraling heb ik mij ontzettend eenzaam en alleen gevoeld.
(En ja, ik had mijn man en mijn gezin — maar daar heb ik het nu niet over.)
Het voelde als het zwarte gat waar ik al zoveel over had gelezen. Ik merkte aan alles dat ik nog in een soort wacht- of overlevingsstand stond. Het heeft echt tijd gekost voordat dat gevoel afnam. Daarbij herinnerden de pijn in mijn borst, bovenarm en oksel mij continu aan mijn borstkanker. En dat is tot op de dag van vandaag nog zo. Er gaat geen dag voorbij zonder pijn, een zwaar gevoel, steken… Gelukkig is de scherpte door medicatie verminderd, maar het zware, tintelende gevoel in mijn rechterarm en hand blijft.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij dat de ziekenhuisafspraken voorbij zijn. Maar het vertrouwen in mijn lichaam ben ik kwijtgeraakt. Elk pijntje, elk zeurtje roept die gedachte op: het zal toch niet… Soms kan ik die gedachten makkelijker hanteren dan andere keren.
Nu, na een jaar, heb ik het gevoel dat ik mijn draai in het leven na borstkanker enigszins heb gevonden. Het is meegaan met de golven die op je pad komen. Net zoals het op zee soms kan spoken, zo kan het ook onrustig zijn in mijn lijf en in mijn hoofd. Maar ik weet inmiddels: het wordt ook weer rustiger. De golven gaan niet altijd zo tekeer.
Ja, ik heb aan mijn borstkanker oedeem en neuropathie overgehouden, en weinig vertrouwen in mijn lichaam. Maar het heeft mij ook iets gebracht: een diepere verbondenheid met Hem. Dit jaar ben ik gestart met Stille Tijd. Elke dag begin ik met het lezen van een Bijbelgedeelte, een overdenking, en schrijf ik hierover in mijn journal. Daardoor ben ik veel meer gaan voelen en ervaren wat Hij voor mij betekent en doet in mijn leven.
Nee, dat is niet altijd makkelijk. En nee, het betekent zeker niet dat er geen diepe dalen meer zijn. Maar ik weet nu dat Hij met mij meegaat en er altijd is. Het enige wat ik — wat jij — hoef te doen, is kijken en mijn hand naar Hem uitstrekken.
Reactie plaatsen
Reacties