Een rondje Reeve en een vol hoofd

Gepubliceerd op 14 april 2026 om 18:02

Vanochtend stapte ik weer op mijn racefiets. Niet vanzelfsprekend, want nog voordat ik goed en wel vertrokken was, had ik al een flinke discussie met “tante Annie” – dat stemmetje in mijn hoofd dat me haarfijn weet te vertellen waarom iets geen goed idee is.

De vorige keer dat ik had gefietst, was ik de rest van de dag uitgeput. Ook de dagen erna had ik veel hersteltijd nodig. Daar zat ik eerlijk gezegd niet op te wachten. Maar ik wilde wél bewegen. Dus ik snoerde tante Annie de mond (voor zover dat lukt) en besloot: een klein rondje Reeve. Dicht bij huis, zodat ik altijd kon inkorten als het niet ging.

De eerste vijf minuten waren onrustig. Mijn hoofd maakte overuren en mijn benen voelden zwaar en verzuurd. Meer dan eens dacht ik: waar ben ik mee bezig, ik ga gewoon weer naar huis.
Maar ik ken mezelf inmiddels… ik ging toch door.

Na een kilometer of vijf werd het rustiger in mijn hoofd. Tante Annie hield zich stil. En daar, ergens tussen het fietsen door, gebeurde er iets. Ik kwam weer een beetje “aan” in de omgeving. De natuur om me heen drong zich voorzichtig aan me op. Het werd stil van binnen.

Al fietsend begon ik te praten. Hardop. Niet netjes geformuleerd, niet overdacht – maar rauw en echt. Ik gooide alles wat er in me zat neer bij Hem. Mijn pijn. Mijn verdriet. Mijn angst voor de toekomst. De angst om mijn man te verliezen. De angst dat mijn kinderen iets overkomt. De zorgen om geld. En die voortdurende onrust bij elk pijntje in mijn lichaam: het zal toch niet weer…

Het was alsof alles tegelijk naar buiten moest. Ik kon het niet meer dragen.

“Hier ben ik, Heer,” zei ik uiteindelijk.
“Ik weet het niet meer. Ik wil het niet meer vasthouden. Ik wil loslaten en U vertrouwen… maar waarom lukt dat niet? Waarom blijf ik alles zo krampachtig vasthouden? Ik ben moe. Ik ben het zat. Wanneer stopt dit? Moet mijn lichaam stoppen met vechten, of moet ík stoppen met vechten? Ik weet het niet meer… en ik weet ook niet hoe.” "Heer, wat kan ik doen?"

Met tranen in mijn ogen fietste ik verder. Af en toe stopte ik even. Gewoon om te kijken. Om te luisteren.

En elke keer als ik stil werd, gebeurde er iets bijzonders.
De vogels begonnen luid te zingen.
Een ooievaar klepperde luid.
Een grutto riep zijn eigen naam.
Het riet ruiste zachtjes in de wind.
Alsof de natuur zelf antwoord gaf.

Het deed me denken aan een Bijbeltekst. Ik pakte mijn telefoon en zocht hem op:

Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren geen voorraden in schuren. Jullie hemelse Vader geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?

Ik las de woorden nog eens. En nog eens.

Was dit het antwoord waar ik om vroeg?

Geen grote oplossing. Geen duidelijk stappenplan. Maar een zachte, liefdevolle herinnering:
Je hoeft je niet zo’n zorgen te maken. Ik zorg voor jou.

Misschien is dat wat ik moest horen. Dat ik niet alles zelf hoef te dragen. Dat ik niet alles onder controle hoef te houden. Dat ik mag komen zitten. Stil mag worden. Aan Zijn voeten.

En eerlijk… ik kan dat nog steeds niet altijd. Loslaten blijft moeilijk. Het zit diep in mij om vast te houden, om te willen begrijpen, om grip te houden op alles wat onzeker voelt.

Maar vanochtend, op dat kleine rondje Reeve, mocht ik het even oefenen.

Niet perfect.
Niet compleet.
Maar wel echt.

En misschien… is dat genoeg voor vandaag.

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb